7.16

7.16. Een link met de bokkenrijders

Onze voorouders waren niet allemaal ‘lievertjes’. Een ‘stamboomgenote’ uit Sittard – Geleen, Mevrouw Margo Schols – ontmaskert een bokkenrijder in onze stamboom Bemong – Beaumont, namelijk Joannes Ronden (2819).

Mevr. Margo is de achterkleindochter van Maria Catharina Beaumont (4107), die in rechtstreekse lijn een afstammelinge is van François Beaumont, ook wel vermeld als Baumont of Boijmont (1530). François is de oudste zoon van Nicolas Beaumont (574) en Marie Deglehe (575), onze verste stamouders.

François Beaumont, geboren in 1733, trouwt in Geleen met Maria Elisabeth Ronden (2818), die geboren is in 1745. Maria is van Geleen uit het gehucht Krawinckel. Het gezin zal ook in Krawinckel blijven wonen. Door dit huwelijk zakken meerdere Beaumont – s af vanuit Soumagne naar Geleen.

Maria Elisabeth is de dochter van Joannes Ronden, die geboren is in 1713.  Joannes wordt als bokkenrijder veroordeeld tot de galg. De straf wordt uitgevoerd op 16 december 1751.

FA 53 standbeeld in Maaseik

De plaats van terechtstelling is het kasteel Sint Jan in Geleen. Joannes Ronden is 38 jaar bij zijn overlijden. Zijn dochter Maria Elisabeth, die later trouwt met François Beaumont, is dan nauwelijks 6 jaar oud. Het feit dat Joannes de doodstraf krijgt betekent niet dat hij schuldig is, zoals blijkt uit onderstaande tekst.

Bokkenrijders waren volgens het volksgeloof personen of geesten, die op bokken door de lucht reden. In de 18e eeuw was dit de naam die gegeven werd aan een bende dieven, afpersers en plegers van gewelddadige berovingen in de Landen van Overmaas en het voormalige graafschap Loon. De bokkenrijdersbendes waren met onderbrekingen actief in de periode tussen 1740 en 1798 in het tegenwoordige Nederlands Zuid-Limburg, delen van Belgisch-Limburg en de Kempen, de Belgische Voerstreek, het Land van Herve, de streek rond Luik en enkele gebieden vlak over de Duitse grens nabij Herzogenrath.

De strooptochten en afperserijen waren over het algemeen gericht tegen boerderijen en pastorieën op het platteland. Later kregen de bokkenrijders bij sommigen een Robin Hood-achtige status. Tegenwoordig denkt men dat er sprake was van diverse criminele bendes en individuen, die geen connecties met elkaar hadden. Ook acht men een groot deel van de circa 1.200 beschuldigden en circa 500 veroordeelden onschuldig, omdat de meeste bekentenissen werden afgedwongen door middel van martelingen.  De Bokkenrijders behoren thans tot het immaterieel cultureel erfgoed van Limburg.

Uit Wikipedia

 

FA 54 plakkaat aangebracht aan het oud Raadhuis van Valkenburg

 Het vonnis, waarmee Joannes Ronden veroordeeld wordt tot de dood, heb ik gevonden in het boek ‘Bokkenrijders en hun afstammelingen, Landen van Overmaze’, verzameld door John van Eekelen. Het origineel wordt bewaard in het Regionaal Historisch Centrum van Limburg in Maastricht – Archief LvO 1246.

In de 1ste kolom staat de origine tekst, in de 2de kolom mijn vertaling:

 

 

 

 

Vonnis in Saecke Den Heere Drossard nom. Aff. Claeger

tegens

Joannes Ronden Criminelen Beclaeghden ende Gedetineerden.

Gesien bij ons Schepenen der Graefschappe Geleen de processale stucken van den Heere Drossard van alhier nomine officij claeger tegens Joannes Ronden Criminelen beclaegden ende gedetineerden, begonnen hebbende met den 26 april lastleden; Geinstrueert tot d’9den octbris oock lestleden Ingevolge de twee respective Inventarissen van d’17 sept. ende 9en nov. lestleden beijde Geteeckent, R. Corten Secretaris; Gesien mede het advies van de twee onpartijdige Rechtsgeleerden Genomineert bij den vonnis van den Raede van Brabant van den 15 oct. lestleden, ende op alles geleth ter manisse van de presiderende,

 

 

 

Rechtdoende verclaeren den gedetineerden Joannes Ronden Sufficienter overtuijgh te wesen bij middel van sijne gedaene bekentenissen sso bij Schepen examinatie als bij sijne libere Recollectie respective de datis 28 sept., 29 dito lestleden, mitsgaeders bij naerdere Responderinge van d’23en oct. Ende daerop gevolgde Confrontatie van d’25en dito oct. lestleden, mede plichtigh te sijn geweest aen de huijsbraecken ende diefstallen begaen Soo ten huijse van de joffren Gadeé tot Lutteraed gearriveert op het laeste van den maent Junij 1749, als bij Henrie Petri tot Puth geschiet in martio 1750,

verclaeren dijen volgens wegens de geseiden delicten andere tot exempel denselven Joannes Ronden te

 

Condemneren op de ordenarisse Gerichtsplaetse door den Scherprichter aen eene Galge met een Corde gehangen te worden ende geworgt ofte gestranguleert tot dat den doodt daerop is volgende,

 

mitsgaeders in de Costen ter behoorlijcke taxatie ende moderatie, ende desselves afgetrocken sijnde, verclaeren d’overblijvende Goederen ende Effecten van denselven Joannes Ronden te Confisqueren tot behoeve ende proffijte van den Geenen ofte degeene daer toe Rechthebbende.

 

Vonnis in de zaak van de Heer Drossard, verder in de tekst Aanklager genoemd,

tegen

de in hechtenis verblijvende crimineel Joannes Ronden, verder de Beklaagde genoemd.

Gezien bij ons Schepenen van Het Graafschap Geleen de neergelegde processtukken van de Heer Drossard, verder Aanklager genoemd;

Gezien het onderzoek ter zake begonnen is op 26 april laatstleden en geduurd heeft tot de 9de oktober ook laatstleden;

Gezien de bijgevoegde inventarisstukken van respectievelijk de 17de september en de 9de november laatstleden en getekend door R. Corten Secretaris;

Gezien ook het advies van 2 onpartijdige rechtsgeleerden, aangesteld door een vonnis van de Raad van Brabant van 15de oktober laatstleden … ende op alles geleth ter manisse van de presiderende …; rechtdoende

 

Verklaren de gevangene Joannes Ronden overtuigend schuldig,

gezien zijn vrijwillig afgelegde bekentenissen in aanwezigheid van zijn ondervrager op datum van 28 en 29 september laatstleden, herhaald op 23 oktober en tijdens een confrontatie op 25 oktober dat hij medeplichtig is geweest bij de inbraak in de woning van juffrouw Gadeé in Lutterade (Sittard – Geleen) op de laatste dag van de maand juni 1749 en bij Henrie Petri wonende in Puth (Sittard – Geleen) in maart 1750

 

verklaren zij vervolgens dat Joannes Ronden veroordeeld wordt voor zijn verschillende misdaden tot een straf die anderen tot voorbeeld moet strekken

en veroordelen hem tot de dood door ophanging aan de galg met de strop, waardoor de dood intreedt door wurging; uit te voeren door de scherprechter (de beul) op de berechtingsplaats;

 

tevens wordt de beklaagde veroordeeld tot de gerechtskostenkosten, die afgehouden worden van zijn tegoeden;

zij verklaren de overblijvende goederen en bezittingen aan te slaan ten behoeve van diegene die daar recht op hebben.