7.6.

7.6.      1914 – 1918: voedselschaarste

Wij kennen de 1ste Wereldoorlogen van foto’s, tentoonstellingen, geschriften en documentaires als een tragedie zonder weerga. De soldaten liggend in de modder aan de Yzer, jonge mannen die met honderdduizenden sneuvelen in uitzichtloze gevechten, de Waals-Vlaamse tegenstellingen, de vernietigde dorpen en steden; …

Slechts weinigen kennen het lot van de mensen in het bezette Vlaanderen.

Reeds enkele maanden na de Duitse inval in België begon de voedselschaarste. Door de bezetting kon de voedselbevoorrading de bewoners niet bereiken en de schaarse voorraden die er waren van de eigen productie werden opgeëist door de bezetter.

Als antwoord op de bevoorradings- en voedselproblematiek ontstond in oktober 1914 het Nationaal Hulp- en Voedingscomité (NHVC). Deze private organisatie voorzag de Belgische bevolking vier jaar lang van voedsel. Dat voedsel werd aangekocht via de Commission for Relief in Belgium (CRB), het grootschalige Amerikaanse hulpprogramma. Maar de voorraden konden niet alle behoeften voldoen en er ontstonden grote tekorten.

De boeren, die zelf produceerden, hadden het nog behoorlijk goed, maar de werkende mensen moesten leven van hun tuintje, als ze dat al hadden. Voedsel van eigen productie werd trouwens tegen woekerprijzen verkocht. Het volk leed verschrikkelijk onder de voedselschaarste, maar ook onder de eenzijdigheid van de voeding door het gebrek aan vlees en groenten.

Zowel de Boerenbond als het NHVC lanceerden initiatieven om de voedselschaarste van de Belgische bevolking aan te pakken. In elk dorp werden dagelijks openbare soepbedelingen met een snee brood georganiseerd. Er werden tips gegeven voor een evenwichtige maaltijd. Boerinnen kregen les over zuinig koken en het verstellen van oude kledij. In 1915 publiceerde de Boerinnenbond een boekje over ‘Bewaren van groenten en fruit’ en ‘Nuttige raadgevingen over de voeding’. Ook het NHVC bracht talrijke brochures uit. Enkele tips waren bijvoorbeeld brood vervangen door rijst en maïs, vlees door vis en mosselen en boter door goedkopere vetstoffen. Suiker beschouwde men best als een basismiddel. Vijvers, rivieren en kanalen kregen plots talrijke amateur-vissers op bezoek. De boeren zelf werden tot slot aangeraden om terug ‘te leren boeren gelijk grootvader het deed’, zonder meststoffen en veevoeders.

Uit Boter bij de vis landbouw, voeding en eerste wereldoorlog.

 Op onderstaande foto zien wij de soep- en broodbedeling in de zusterschool in Opgrimbie in 1917.

 

 FA 53

Op de 1ste rij houdt een jongen een bordje vast met de vermelding Zusterschool Opgrimbie 1917.

Wij herkennen op de foto:

Op de 2de rij:   Maria Bemong.

Dit is ofwel:

  • Maria Ida Fernanda Bemong (74) geboren in 1908, ouders Jan Hendrik Hubert Bemong (61) x Maria Ida Bollen (62). Zij gehuwd met Frans Biesmans
  • Maria Ida Rosalia (Rooske) Bemong (55), ouders Joannes Christiaan Bemong (6) x Rosalie Vanderhallen (4) geboren in 1909 gehuwd met Yvan Brillouet

Op de 4de rij : Mathieu Bemong

Dit is Joannes Josephus Mathijs (Mathieu) Bemong (216) geboren in 1911, ongehuwd, zoon van Victor Bemong (210) en Cornelia Barbara Warson (211).

Op de 4de rij: Marie Nelissen

Dit is Maria Nelissen (74) geboren in 1911 echtgenote van Joseph Theodoor Bemong (71)

Op de 5de rij: Jean Gorissen

Dit zou Joannes Martinus Gorissen kunnen zijn, geboren in 1911 en beter gekend als Pater Gorissen, zoon van Frans Gorissen (2527) en Maria Ida Lambrigts (515). Deze laatste was de dochter van Maria Ida Gorissen (60) (x Petrus Josephus Lambrigts) (511) Petrus Josephus Lambrigts stierf erg jong en Maria Ida Gorissen hertrouwde met Pieter Joseph Bemong (59).

Op de volgende foto zien wij dezelfde kinderen enkele jaren later.  Met deze foto willen zij de Amerikanen bedanken voor de hulp.

FA 44

Het zijn dezelfde kinderen als op de vorige foto, maar namen worden niet vermeld.

de tekst op de lei : To the Americans / After the struggle for right at work / To the pupils of Marion / The children from Op-Grimby

De tekst is moeilijk vertaalbaar.  Frans Medaer, historicus uit Stokkem-Dilsen, zegt het volgende over deze tekst:

Ik bestudeer nog altijd de tekst op die “lei” : je vindt hem terug in vrijwel alle dorpen! De kinderen bedankten de kids uit Marion voor de tijdens de oorlog geboden hulp – voedselhulp – (in een ander dorp bedankten ze bijv. Chicago enz…). Het “right at word” is vermoedelijk gecompliceerder : in het Verdrag van Versailles is een artikel opgenomen dat de kinderen het recht gaf op werk (klinkt nu raar, want we protesteren vandaag tegen kinderarbeid ): ze mochten toen wel “iets” doen… als dat werk het schoolse leven maar niet benadeelde! In dat artikel werd eigenlijk de oprichting geregeld van de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie). Kinderen mochten dus buiten de schooluren bijv. op het land gaan helpen binnen boerenfamilies Later gaan er leeftijdsbepalingen komen !! “Right at work” – denk ik – is dus niet de naam van een voedselorganisatie. Ik vraag me wel af hoe ze die Engelse tekst aan onze kinderen hebben uitgelegd…

Geef een reactie