Inleiding

1. Mijn naam is Maurice Bemong

Ik ben enkele jaren na de 2de WO geboren in het jaar 1948 en ik ben gepensioneerd.
Men zegt dat een gepensioneerde nooit tijd heeft en dat klopt. Mijn tijd gaat naar de dagelijkse huishoudelijke klussen; babysitten bij de kleinkinderen en – indien droog en zonnig – sporten.  Mijn passies zijn ‘de politiek’, mijn lidmaatschap van enkele verenigingen, reizen (liefst met vrienden) en lezen (non fictie).  Als er nog tijd rest, dan puzzel ik onze familiestamboom samen.

Ik ben begonnen met de stamboom van de familie Bemong.  Later kwamen daar de families van Halbeek, Vanderhallen, Vinken en Vangenck bij, respectievelijk de families van mijn grootouders aan vaders kant (Bemong – Vanderhallen), de families van mijn grootouders aan moederskant (van Halbeek – Vinken) en de familie van mijn overleden echtgenote Suzanne Vangenck.   De stamboom van de familie Vanderhallen was reeds klaar en kon ik gewoon overnemen.  De families van Halbeek en Vinken waren ‘gemakkelijk’ te traceren, omdat zij eeuwen in Nederlands en/of Belgisch Limburg hebben gewoond. De familie Vangenck was ook grotendeels klaar.  De familie Bemong was van een andere orde, zo zal blijken. Het zou voor vele uren intensief speurwerk zorgen op het internet.

In dit werkstuk beperk ik mij tot de familie Bemong – Beaumont.


2. Werkwijze : Het begin van de dtb-registers

Voor mijn opzoekingswerk maakte ik hoofdzakelijk gebruik van de dtb – registers. Dit zijn doop – trouw en begrafenis –registers.

De rooms-katholieke kerk besloot tijdens het concilie van Trente (1545-1563) dat alle dopen, huwelijken en begrafenissen geregistreerd moesten worden. Kort daarna hielden ook de protestantse kerken dtb – registers bij. De langst bewaard gebleven boeken komen uit de tweede helft van de zestiende eeuw en op de meeste plaatsen beginnen ze in de loop van de zeventiende of achttiende eeuw.

Met de invoering van de burgerlijke stand in 1811 (Franse tijd) moesten kerken hun registers inleveren bij het plaatselijke gemeentehuis. De ambtenaar van de burgerlijke stand gebruikte de dtb-boeken voor informatie van voor 1811. Daarom worden dtb – boeken ook wel ‘retroacta van de burgerlijke stand’ genoemd.

In 1811 werd de geboorte-, huwelijks- en overlijdensregistratie ingesteld in Nederland, later ook in België en onze buurlanden.

Duizenden vrijwilligers in heel Europa zetten momenteel deze gegevens op microfilm, soms worden ze zelfs gedigitaliseerd. Zodoende kan iedereen, die interesse heeft, maar ook veel tijd en geduld, genealogische gegevens vinden via de PC.

3. BEMONG: de naam

Dit artikeltje heb ik gebruikt als een werkhypothese met als inzet antwoorden vinden op volgende vragen:

•Waar komen wij, dragers van de naam Bemong, vandaan?
•Wie waren en zijn onze voorouders en wie waren hun nazaten?
•Wat betekent onze naam?

f1-woont-bemong-op-een-mooie-berg
FA 1 woont Bemong op een mooie berg

 

4. Naamgenoten

Volgens de gegevens van het Belgisch Bevolkingsregister ( je kan ze vinden op de site www.familienaam.be) tellen wij in 1998 97 naamgenoten. 10 Jaren later in 2008 zijn wij nog met 94. Latere cijfers ontbreken.  De Witte Gids laat op 1 augustus 2015 54 resultaten zien als je de naam Bemong intypt.  Als je de naam Bemong ingeeft op Facebook krijg je ook 54 namen. Wij zijn dus maar een kleine familie.  Wat mij opgevallen is tijdens mijn speurwerk, is dat mijn mannelijke naamgenoten voor meer dochters hebben gezorgd dan zonen. En die dochters geven hun naam niet door. Daarom ben ik ook op zoek gegaan (tot in de 3de rang)naar de kinderen en kleinkinderen van de gezinnen, waar de echtgenote de naam Bemong draagt.

5. Kaderen

Ten slotte probeer ik het leven van onze voorouders te kaderen binnen het tijdsgewricht waarin zij geleefd hebben.  Mijn generatie, de babyboomers – geboren vlak na de 2de wereldoorlog – leeft in een tijdsgewricht dat geen grote rampen heeft gekend, de welvaart is altijd blijven stijgen, er is altijd voldoende werk geweest en er is een sociaal vangnet voor minder gelukkigen dat tot het beste van de wereld hoort.  Maar zo is het niet altijd geweest en zo zal het ook niet altijd zijn. De jongste generaties voor ons, de babyboomers, hebben de verschrikkelijke wereldoorlogen meegemaakt. Er passeert geen generatie of ze maken ook kennis met oorlog, met hongersnood, met besmettelijke ziekten waartegen toen weinig kon ondernomen worden.

Ons verhaal gaat voorlopig terug tot het einde van de 17de eeuw, begin 18de eeuw. Wij bevinden wij ons onder Oostenrijks bewind en is er relatieve politieke rust. De godsdienstoorlogen zijn net achter de rug en de gewone man kan even herademen. Maar kort daarna worden onze gewesten weer door oorlogszuchtige troepen overspoeld. De meeste mensen zijn dienstboden en dienstmeiden op de landerijen van de adel of de kerk en betalen zich arm. Ofwel zijn ze zelfstandig landbouwer op gronden van diezelfde adel of kerk en betalen zij belastingen. Zij betalen eveneens om de aanvallers een beetje gunstiger te stemmen ofwel om alles te helpen heropbouwen. Zij leveren zoveel in van hun opbrengsten dat overleven geen sinecure is. Op het einde van de 18de eeuw komt de Franse Revolutie. Priesters worden vervolgd, de kerken worden gesloten, maar vooral zijn er weer grote ontberingen bij de gewone man, die de legers weer moet huisvesten en voeden.  Napoleon maakt echter ook heel wat wetten die in gewijzigde vorm ook nu nog steeds van kracht zijn. Hij tikt adel en kerk op de grijpgrage vingers en propageert vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid. Maar hij is ook de invoerder van de dienstplicht. Begoeden kunnen zich uitkopen en zich laten vervangen door minder – begoeden, voor wie het geld zeer welgekomen is.

In 1815 komen de Nederlanders de scepter zwaaien over ons land en eindelijk in 1830 wordt België onafhankelijk. Het ancien regime van kerk en adel blijft overeind, maar de politiek zet de eerste stappen in de democratisering. Toch blijven oorlogen niet uit ! Bovendien mislukt in 1845-46 de graanoogst en is de komende aardappelplaag fataal voor de aardappeloogst met massale hongersnood voor gevolg.  Voor die periode en tot het einde van de 19de eeuw moet men ook afrekenen met een grote kindersterfte. Heel wat moeders sterven in het kinderbed. De hygiëne is gebrekkig en geneeskunde staat pas in haar kinderschoenen. Geen wonder dat heel wat kinderen moeten geboren worden om het nageslacht te verzekeren en geen wonder dat weduwnaars en weduwen op zeer korte tijd opnieuw huwen: van ’s morgens tot ’s avonds werken, wroeten als het ware, strijden om het bestaan.

Vanaf het midden van de 19de eeuw tot begin 20ste eeuw kennen wij het begin van de industrialisatie. Mensen gaan in fabrieken werken, maar zonder rechten. Pas later wanneer zij zich organiseren in syndicaten wordt hun leven draaglijker. Het land aan beide zijden van de Maas blijft lang verstoken van deze industrialisatie. Onze voorouders trekken naar de brikken in Duitsland of naar de zware industrie in het Luikse. Zij moeten overleven in kwade omstandigheden, maar zij hebben een klein inkomen. Met de komst van de mijnen krijgen de mensen werk in eigen streek en wij zetten definitief de weg open, die ons welstand zou geven.

En dan zijn er de oorlogen 14-18 en 40-45.…

Een snelle lezing van de stamboomtekst kan door het overslaan van de tekst in het cursief blauw.

 6. Het gebruik van de tekst, de bijlagen en My Heritage

De tekst is een toelichting bij de stamboom Beaumont Bemong, die je kunt inkijken op de website My Heritage, waarvan ik de beheerder ben: https://www.myheritage.nl/site-57681971/familie-beaumont-bemong .  Daarvoor moet je lid worden van de site. Het lidmaatschap is gratis. Je kunt het aanvragen per e-mail bij maurice.bemong@telenet.be.  In de tekst heeft elke persoon in de stamboom een nummer. Ik gebruik dit nummer ook in deze teksten, zodat het opzoeken in myheritage vergemakkelijkt wordt.

 

 

Geef een reactie